Inkomensafhankelijke huurverhoging, de Belastingdienst gaat de fout in

Verhuurders mogen jaarlijks bij de Belastingdienst huishoudverklaringen opvragen om te bepalen aan wie van hun huurders zij een inkomensafhankelijke hogere huurverhoging mogen voorstellen. In 2020 komen huishoudens met een gezamenlijk inkomen boven

€ 43.5742 in aanmerking voor een inkomensafhankelijke hogere huurverhoging.

Sinds 2017 zijn huishoudens met een of meer AOW-gerechtigden en huishoudens van vier of meer personen uitgezonderd van de inkomensafhankelijke hogere huurverhoging. De Belastingdienst vermeldt in deze voorkomende gevallen dat het betreffende huishouden tot de uitzonderingsgroep behoort. De verhuurder weet dan dat hij aan dat huishouden geen inkomensafhankelijke hogere huurverhoging mag voorstellen. De Belastingdienst zoekt voor huishoudens in de uitzonderingsgroep niet naar inkomensgegevens, omdat het inkomen niet relevant is voor de huurverhoging.

Foutieve AOW-leeftijd

De Belastingdienst heeft in de uitvoering van 2020 in eerste instantie abusievelijk een AOW-leeftijd van 66 jaar en 8 maanden heeft gehanteerd. Die leeftijd was geprogrammeerd in het systeem dat gebruikt wordt voor het verstrekken van huishoudverklaringen voor de huurverhoging. In het pensioenakkoord van 2019 is echter het tempo van de stijging van de AOW-leeftijd vertraagd, waardoor de AOW-leeftijd in 2020 op 66 jaar en 4 maanden is gesteld.

Gevolg: Foutieve huishoudverklaringen

Deze te hoge AOW-leeftijd heeft tot gevolg gehad dat de Belastingdienst (op aanvraag) aan 139 verhuurders voor 932 huishoudens ten onrechte een huishoudverklaring heeft afgegeven waarin staat dat het huishouden vanwege het inkomen in aanmerking komt voor een inkomensafhankelijke hogere huurverhoging. Het gaat hierbij om huishoudens waarvan een of meer personen al op grond van de in het pensioenakkoord bijgestelde leeftijd voor 2020 AOW- gerechtigd zijn en daarmee zijn uitgezonderd van de inkomensafhankelijke hogere huurverhoging. De Belastingdienst heeft de programmatuurfout op 20 mei 2020 hersteld. Ook is een voorziening getroffen waardoor een dergelijke fout in de toekomst wordt voorkomen.


Betreffende verhuurders en huurders worden geïnformeerd De Belastingdienst stuurt deze week een excuusbrief naar de betrokken 139 verhuurders en 932 huishoudens en informeert hen in die brief over de foutieve huishoudverklaringen. Aan de verhuurders wordt gevraagd om voor de huishoudens aan wie zij een inkomensafhankelijke hogere huurverhoging van meer dan 5,1% (maar maximaal 6,6%) hebben voorgesteld, dat huurverhogingsvoorstel naar beneden bij te stellen (tot maximaal 5,1%). Aan de betrokken huurders meldt de Belastingdienst dat hij aan de verhuurder heeft gevraagd het huurverhogingsvoorstel van meer dan 5,1% naar beneden bij te stellen. En dat, mocht de verhuurder dat niet doen, de huurder tot 1 juli een bezwaarschrift bij de verhuurder kan indienen tegen het te hoge huurverhogingsvoorstel. De verhuurder moet dan dat bezwaar accepteren en het huurverhogingsvoorstel naar beneden bijstellen. Of, als hij dat niet wil, een uitspraak van de Huurcommissie vragen. De Huurcommissie zal haar uitspraak op de juiste AOW-leeftijd van 2020 baseren.

© 2020 - De Nieuwe Wind - Krachtige expertise rondom huren, wonen en vernieuwing in de bouw